Speler, jeugdtrainer en clubman vanaf het eerste uur
Jan van den Heuvel
Vanaf de oprichting van LSV op 13 maart 1970 was Jan van den Heuvel een zeer actief lid van de club. Zoals gebruikelijk bij een nieuwe vereniging begon zijn loopbaan op het veld. Jarenlang speelde hij als robuuste verdediger in het eerste en legde hij menig tegenstander aan banden, of zoals hij het zelf graag zei, "uit de wedstrijd geluld." Jan was er trots op dat hij, anders dan zijn jongere broertje, in al zijn actieve jaren nooit met rood van het veld werd gestuurd.
Nog tijdens zijn spelerscarriere werd hij trainer en leider van de eerste lichting Lennisheuvelse jeugd, en zeker voor een jonge vereniging was hij daarin bijzonder succesvol. Veel van de spelers die hij opleidde vonden later hun weg naar de selectie, of werden zelfs door andere clubs weggekocht. Toen de vereniging groeide en er steeds meer jeugdleden bijkwamen, besloot het hoofdbestuur dat het tijd was voor een eigen jeugdbestuur. Jan werd de eerste voorzitter daarvan.
Na zijn tijd in het eerste bleef Jan nog vele jaren met veel plezier voetballen in een vriendenteam van oud-eerste-elftalspelers. Daar kwam in 1994 een abrupt einde aan, na een ongeval dat hij ternauwernood overleefde. Dankzij zijn kenmerkende vechtlust en doorzettingsvermogen kon hij na een lange revalidatie weer aan het werk, zowel als machinist op de graafmachine bij Van Lee B.V. uit Veghel, als bij zijn geliefde LSV.
In die periode zat hij in het hoofdbestuur en was hij zeer actief als coordinator technische zaken voor de senioren. In de aanloop naar het 25-jarig jubileum in 1995 kreeg Jan de taak om zoveel mogelijk oud-leden op te sporen en ze te bewegen nog eenmaal de kicksen van stal te halen voor een wedstrijd in de feestweek. Gezien het aantal wedstrijden dat daadwerkelijk werd gespeeld en de grote opkomst bij de afsluitende reunie, mogen we rustig stellen dat die missie meer dan geslaagd was.
Ook na het jubileum bleef Jan jarenlang coordinator technische zaken. Een paar jaar runde hij op dinsdagavond als vrijwilliger de kantine, iets wat hij altijd met veel plezier deed, vooral om de waardering van de selectiespelers en de gesprekken die hij er opving.
Toen hij daarmee stopte, sloot hij zich aan bij het onderhoudsteam dat elke maandag en vrijdag de accommodatie tiptop in orde maakte. Ook al sloopte zijn ziekte hem lichamelijk langzaam, hij bleef trouw elke maandag en vrijdag aanwezig, tot ongeveer een maand voor zijn overlijden. Zo zullen we Jan ons blijven herinneren: een echte clubman, tot het laatst toe.